|
Projecten
Adoptie
Multifunctioneel
centrum
Adoptieproject
Doel
Financiële
ondersteuning
van kinderen in de leeftijd van 0 - 18 jaar in de kosten van directe levensonderhoud.
Doel is dat het kind met behulp van de financiële ondersteuning naar
school kan blijven gaan. De adoptieouder betaalt maandelijks een bedrag
van 29,50. Deze bijdrage is bestemd voor schoolboeken,
schoolmateriaal, kleding, medicijnen en overige noodzakelijk kosten voor
levensonderhoud.
Welke
kinderen?
Kinderen
die aan een of meerdere van onderstaan kenmerken voldoen komen in aanmerking
voor adoptie:
- Vader
overleden, moeder heeft geen inkomsten, geen familie die het gezin ondersteunt.
- Alleenstaande
vader met kinderen (laag inkomen of werkloos).
- Slechte
financiële situatie, geen (andere) bron van inkomsten.
- Straat-
en weeskinderen die in het tehuis, door de stichting opgezet, zijn opgenomen.
- Algemene
voorwaarde is dat de kinderen een opleiding (gaan) volgen.
De
adoptie wordt in principe to het 18e levensjaar aangegaan tenzij het kind
eerder in het huwelijk treedt of de financiële situatie verbetert.
De kinderen worden door eigen vrijwilligers van de stichting in Marokko
geselecteerd.
Werkwijze
Leden van het bestuur van onze zusterstichting in Marokko,
asssociation de sauvetage des enfants au Maroc kopen van de financiële
bijdragen jaarlijks schoolboeken, kleding, medicijnen en overige
noodzakelijke spullen voor levensonderhoud. Dit wordt persoonlijk aan de
kinderen gegeven. Op deze wijze weten we zeker dat het geld ten goede komt
aan de kinderen.
Er is een intensief contact tussen het bestuur van stichting Redt de
Kinderen in Marokko in Nederland en onze zusterstichting in Marokko. Zij
rapporteren geregeld over eventuele veranderingen in de gezinssituatie
van ieder kind afzonderlijk etc.
Ieder jaar legt de voorzitter en penningmeester van de stichting een werkbezoek af aan Marokko
om zich ter plaatse op de hoogte te stellen van de voortgang van de projecten
en de situatie van de kinderen. Dit is een extra waarborg om misbruik
van gelden te voorkomen.
Bij misbruik of verstrekken van onjuiste informatie door ouders/verzorgers
van de kinderen zal de stichting passende maatregelen nemen. Uitgangspunt
daarbij is dat het kind geen slachtoffer van de situatie wordt.
Informatievoorziening
Voor ieder adoptiekind maakt de stichting een dossier aan. Adoptiefouders
kunnen inzage vragen in het dossier en worden geregeld, minstens twee
keer per jaar, geïnformeerd over de situatie van hun adoptiekind en
de resultaten op school. In bijzondere situaties kan de frequentie vergroot
worden. De adoptiefouders kunnen telefonische/schriftelijke contact onderhouden
met het kind of desgewenst zelf het kind opzoeken. Extra financiële
bijdragen via de stichting tijdens de feestdagen of andere bijzondere gelegenheden
zijn mogelijk.
Projectplan
Multifunctioneel centrum in Anzou,
gemeente Demnate, Provincie Azilal te Marokko.
Voor
recente informatie: zie
Multifunctioneel
centrum
Inleiding
Anzou is
een deelgemeente in de gemeente Demnate, provincie Azilal. Dit is een
provincie in Midden Marokko, in Midden-Atlas. De deelgemeente Anzou
bestaat uit 32 dorpjes, gelegen in de heuvels.
Anzou heeft ongeveer 15.400 inwoners. Tot 1975 leefden de mensen
van landbouw en veeteelt (schapen en koeien). Door langdurige droogte
konden de mensen niet meer leven van de opbrengsten van het land en vee.
Velen trokken naar de grote stad. De armste gezinnen, die geen geld hadden
om naar de stad te verhuizen, bleven achter. Ze leefden van het vee en de
van de verbouw op hun eigen land. Dit is nauwelijks voldoende om zelf van
te kunnen leven. De mannen trekken vaak voor maanden naar de grote stad om
te werken.
Het gemiddelde inkomen in de dorpen ligt nu op 300- 600 Dirham( = ca €
30 -€ 60) per maand voor een gehele familie ( 6-10 personen). Dit is
afhankelijk van het aantal volwassenen die werken. Meestal is dit zeer
onregelmatig werk. Het inkomen kan afhankelijk hiervan sterk wisselen. De
dagelijkse maaltijden van de gezinnen bestaan uit brood, thee en olie.
Vlees komt slechts af en toe op tafel.
In de
gehele deelgemeente Anzou leven ca 6000 kinderen van 0-18 jaar. Hiervan
gaan ongeveer 2000 kinderen naar school. Er is één basisschool voor alle
dorpen. De school, bestaat uit ongeveer 40 klassen verspreid over de 32 dorpen. Eén klaslokaal
biedt aan 35- 50 kinderen plaats. Veel kinderen hebben een enorme
leerachterstand en de niveauverschillen tussen de kinderen zijn groot.
Elke klas heeft één leerkracht. Dit is te weinig om alle kinderen goed
aandacht te kunnen geven en rekening te houden met alle verschillen.
Ongeveer
20% van de dorpskinderen gaat nooit naar school. Of de afstand tussen
school en huis is te ver (minimaal 7, maximaal 30 km) of het gezin laat
het kind werken (kinderarbeid) om bij te dragen in het gezinsinkomen.
Een
groot deel van de kinderen gaat in het 14 e levensjaar van school af (ca
50%). Vooral meisjes. Ook hier is de reden dat de afstand naar school te
ver is, er is geen busvervoer, onverlichte paden, geen internaat
en de schoolspullen zijn te duur voor vele families ( schoolboeken,
tassen pennen et cetera). Veel van de ouders zijn ook nooit naar school
gegaan. In deze streek heerst dan ook geen ‘schoolcultuur’ waarin het
gewoon is dat kinderen naar school gaan. Veel ouders zien het belang van
school niet in.Veel van deze kinderen hangen werkloos rond, meisjes helpen
vaak thuis in het huishouden. Sommige jongens gaan werken. De werkloosheid
is echter groot. De jongeren hebben weinig
zicht op een goede toekomst. Sommigen trekken naar een stad in de
omgeving. Ze gaan bedelen of komen in het criminele circuit terecht. Jonge
vrouwen en meisjes kunnen soms als dienstmeisje werk vinden. Als dit niet
lukt gaan zij bedelen op straat. De kans dat ze in een verkeerd milieu met
name de prostitutie terechtkomen
is groot.
In
Anzou leven ongeveer 100-120 weeskinderen. Dit zijn kinderen waarvan een
van de ouders is overleden. Meestal is dit de vader. Veel jonge vrouwen
trouwen vaak met een oudere man. Op jonge leeftijd worden deze vrouwen al
weduwe. De gezondheidssituatie in deze streek is niet al te best. Veel
mannen sterven aan een hartkwaal of andere ziekte. Ook komt het regelmatig
voor dat jonge meisjes ongehuwd zwanger worden en dat de vader de vrouw in
de steek laat en het kind niet erkent. Het meisje is dan afhankelijk van
de steun van haar familie. Meestal hebben deze jonge vrouwen ook geen
schoolopleiding en geen werk. Zij leven van de steun van hun familie of
werken af en toe op het land.
Doelstelling
van het centrum
Doel
is het realiseren van een multifunctioneel centrum met de volgende
functies:
- opvang
voor 50-60 straat- en weeskinderen;
- educatieve
functie: voorschool, bibliotheek,
huiswerkbegeleiding; computerlessen;
- maatschappelijke
functie: tussen de middagopvang voor
schoolgaande (wees)kinderen;
- sociaal-economische
functie: kleinschalige leer- en werkprojecten voor jonge vrouwen en
mannen.
Locatie
De
stichting heeft een stuk grond in haar bezit in de deelgemeente Anzou. Het
is een stuk braakliggend grond van 17 x 24 m2, gelegen naast de
school.
Toelichting
op de doelstelling
Opvang
Het centrum
zal bestaan uit de begane grond één verdieping. In het centrum komt een
opvang voor maximaal 15 weeskinderen. Het gaat om weeskinderen die geen
goede opvang elders bij familie hebben en kinderen die door omstandigheden
niet meer thuis kunnen wonen. Sommigen zwerven nu op straat of worden
wisselend door mensen opgevangen.
Uitgangspunt van de stichting blijft dat het contact met de familie zoveel
mogelijk in stand blijft dan wel hersteld wordt. De stichting zal hierin
actief bemiddelen. De opvang in het centrum is alleen voor de weeskinderen
die in het adoptiesysteem van de stichting zijn opgenomen en
dus echt geen andere plaats hebben om te wonen.
Voorwaarde is dat de kinderen naar school gaan. De opvang voorziet in een
bed, bad en broodvoorziening. De oudere kinderen, die om welke reden dan
ook niet (meer) naar school kunnen gaan krijgen een korte vakopleiding
in de werkprojecten met als doel dat zij zelfstandig in hun
levensonderhoud kunnen voorzien.
Tussen
de middagopvang
In het
centrum komt een ruimte voor de tussen de middag opvang voor de
schoolgaande adoptiekinderen uit de dorpen. De afstand tussen school en
huis is vaak groot ( minimaal 7-maximaal 30 km). De kinderen kunnen tussen
de middag niet naar huis en zwerven dan vaak op straat rond. De scholen
hebben tussen de middag een lange pauze. De kinderen die niet naar huis
kunnen gaan zwerven dan vaak op straat rond. Door deze voorziening hoeven
de kinderen niet op straat rond te lopen. Het centrum wil deze kinderen
een ruimte bieden waar ze rustig kunnen verblijven, spelen, en eventueel
huiswerk maken.
Educatieve
activiteiten
Ook zijn er
plannen voor een kleine bibliotheek, ruimte voor huiswerkbegeleiding en
een ruimte met computers. De bibliotheek is voor alle kinderen uit de
dorpen. De kinderen kunnen er lezen en een boek lenen. Er zullen
activiteiten georganiseerd worden die de kinderen zullen stimuleren te
lezen.
Naast de bibliotheek komt een ruimte voor huiswerkbegeleiding. In principe
is dit voor de adoptiekinderen van de opvang. Daarnaast staat deze ruimte
ook open voor de andere adoptiekinderen. In de computerruimte zal
computercursussen gegeven worden door vrijwilligers ( oud-studenten)
Kleinschalige
leer- en werkprojecten
Op de
begane grond van het centrum komen ruimtes voor kleinschalige leer- en
werkprojecten. Gedacht wordt aan een timmermansproject, tapijtweverij,
kleermakerij ( traditionele djellaba’s uit Bzou).
In deze
werkplaatsen worden jonge vrouwen uit de dorpen en de oudere kinderen, die
niet meer naar school kunnen gaan de kans geboden om een vak te leren en
werkervaring op te doen met als doel het starten van een eigen bedrijf of
elders werk te vinden. Onder de deskundige leiding van een ervaren vakman
( m/v) worden de vrouwen en jongeren in het vak opgeleid. Tegelijkertijd
worden de producten verkocht.
Toelichting
op de werkprojecten
Leer/werkstages
voor jongens
Met lokale
ondernemers zijn contacten gelegd voor leer/werkstages voor de oudere
jongens die niet (meer) naar school gaan. Voor hen zal in samenwerking met
vrijwilligers een zinvolle dagbesteding opgezet worden: een combinatie van
stage, computerlessen et cetera. Uiteindelijk is het de bedoeling dat zij
toegeleid worden naar werk en/of het opstarten van een eigen bedrijfje.
Coöperaties
In Marokko
kent men het systeem van coöperaties. De projecten worden opgezet in de
vorm van dergelijke coöperaties. De tapijtweverij en de kleermakerij is
vooral ook gericht op vrouwen en meisjes om hen een vak te leren en te
laten voorzien in hun eigen onderhoud. In eerste instanties komen vrouwen
en meisjes in aanmerking die onvoldoende inkomsten hebben om in hun
levensonderhoud te voorzien.
Tapijtknoperij
Doel is om
met 4-6 vrouwen te starten die het vak beheersen. Het project zal starten
met twee tapijtknoop-installaties voor tapijten van 3 x 4.50 meter. De
tapijten worden van echte wol geknoopt. In één maand tijd kunnen er 4
tapijten gemaakt worden. Deze worden vervolgens te koop aangeboden aan
winkels en groothandels en eventueel particulieren. Van de opbrengst kan
materiaal ingekocht worden en zal getracht worden nieuwe opdrachten binnen
te krijgen. De vrouwen werken
samen in coöperatieverband. Na
enkele maanden zal de opbrengst voldoende zijn voor een inkomen voor deze
vrouwen.
Twee vrouwen werken aan één tapijt en zullen een derde vrouw/ meisje
opleiden. De vrouwen krijgen ondersteuning in de bedrijfsvoering,
boekhouding, in- en verkoop et cetera. Na een jaar zullen de
leerlingvrouwen in staat zijn om een eigen bedrijf op te starten (eveneens
in de vorm van een coöperatie). Zij blijven vanuit de stichting
ondersteuning krijgen op het gebied van bedrijfsvoering et cetera.
Op deze wijze ontstaat er steeds meer economische bedrijvigheid in het
gebied.
Kleermakerij/Djellaba.
De djellaba
is een traditionele mantel van wol voor mannen. In geheel Marokko staat de
gemeente Demnate, en vooral het dorp Bzou, bekend om de handgemaakte
djellaba’s. Deze Djellaba’s worden van zelfgesponnen wol geweven. De
vrouwen spinnen zelf de wol en weven vervolgens de stof voor de
djellaba’s.
Er wordt gestart met vier ervaren vrouwen. Per maand worden er twee
djellaba’s gemaakt . Twee ervaren vrouwen werken met een leerling aan
een djellaba.
Na een maand worden de djellaba’s samen met de tapijten te koop
aangeboden. Van de opbrengst wordt weer materiaal ingekocht.
Na een half jaar kunnen de leerling-vrouwen een eigen coöperatie starten.
|